Voor straf

Hoe oud ben je als je je eerste echte zin kunt schrijven? Eind groep drie, zo’n jaar of zes, zeven? Zo oud zal Jens geweest zijn, toen ie daarvoor beloond werd met strafregels. Ongetwijfeld iets in de trant van ‘Ik moet goed naar de juf luisteren,’ of  ‘Ik moet netjes blijven zitten.’
Ik was het er zó niet mee eens, maar wilde juf niet afvallen. Dus zorgde ik voor één brok gezelligheid om het hele gebeuren heen. Ik zie hem nog zitten in z’n pyama. Zondagochtend, achter de kindertafel, het lollystokje uit z’n mond, voorovergebogen over lijntjespapier.
‘Nog een paar keer Jens, dan is het klaar.’ Ik plantte een kus op z’n heerlijke bolletje.

Juf had gelukkig ook haar leuke kanten. Want waar de school het jaar ervoor moeder- en vaderdag had verbannen, had zij gevochten voor herintroductie van de eigengemaakte prullaria. Het maakte niet uit voor wie, maar geknutseld zou er worden. Des te groter was dus de verrassing,  toen ik op moederdag een doosje, met daarin een mini bodylotion en het onvermijdelijke gedicht in ontvangst mocht nemen: 

‘Voor de liefste mama van Nederland.’

Ik voelde dat dit een van m’n laatste trofeeën zou worden en zette het binnen handbereik naast mijn bed. Daar staat het nu nog steeds. Af en toe maak ik het doosje open om de binnengekropen stof vrij te geven. Dan valt mijn blik steevast op de achterkant van het papieren hartje, dat ooit een groot wit vlak was. Ooit.

Op een dag werd Jens door mij naar boven gestuurd. Dat gebeurde niet vaak, dus maakte diepe indruk. Kwáád, kwáad dat ie was.
‘s Avonds ging ik naar bed en zag mijn trofee open liggen. Op de keerzijde van de eerder zo gemeende liefdesverklaring  stond met grote hanepoten:
‘Als je maar niet denkt dat dat nog zo is!!!’

 

september 2013