Mien keerl'ke

Gewoontegetrouw geef ik een klein klopje op zijn deur voordat ik de deurklink naar beneden duw. Ik steek mijn hoofd om de hoek, heb m’n mond al open om te groeten en … zie niets. Dat wil zeggen, ik zie alles. In slechts één oogopslag. Leeg. Hol.

Alleen op het bureau liggen twee bierdopjes, verdwaald naast een leeg bierflesje. Op de grond een halve zak paprika chips en een laatste handdoek.
‘Ton!’ roep ik geschrokken. ‘Wat is dit?’
Hij is weg. Slechts drie dagen eerder dan gepland, maar dat zijn voor een moeder drie volle dagen van wennen aan het Grote Vertrek van het Laatste Kind.

Een uurtje later klapt de voordeur open en staat ‘mien keerlke’ alweer in het halletje.
‘Had je me niet een bééétje voor kunnen bereiden,’ vraag ik, terwijl ik omhoog kijk. Hij lacht en loopt langs me heen naar de voorraadkast.
‘Winkelmandje nodig, schat?’ Als antwoord legt hij zijn buit op het kastje in de hal en banjert met grote stappen twee trappen omhoog.
‘Ik neem even een paar handdoeken en een fles wasmiddel mee, oke?’

’s Avonds is Ton de Sjaak. Dat kan hij goed. Het enige wat van Sjaak verwacht wordt namelijk is luisteren of op z’n minst doen alsof én, heel belangrijk, af en toe instemmend mompelen.
‘Weet je dat we vijfentwintig jaar kinderen in huis gehad hebben,’ reken ik hem voor. ‘En dat we nu opeens weer heel erg met zijn tweeën zijn?’
‘Mmmm’
‘Ik zie nog die kleine vingertjes onder de deur door, toen ie voor straf z’n kamertje niet uit mocht komen. En dat pyama-tje. Dat zachte met die kaboutertjes, weet je nog?’ Zucht.
‘Je kon ook altijd zo heerlijk je neus in zijn krullebol steken.’ De ultieme vorm van intimiteit en troost voor mezelf had ik dat altijd gevonden.

Als ik de volgende dag wakker word, loop ik dit keer langs zijn kamer. Hij zal wel veilig thuisgekomen zijn, daar op z’n nieuwe plek. Na het douchen hoef ik mijn standaard waarschuwing niet te roepen. Zonder pardon verlaat ik nakend de badkamer. Samen met de ochtendzon gloort daar het eerste glimpje vrijheid. Een glimlach breekt door.
Iets later word ik geholpen door een half lege schuur, waar ik met het grootste gemak mijn fiets uit haal. Mijn glimlach wordt breder. Ik zwaai naar Ton en fiets ons nieuwe leven in.

 

mei 2014