Niemandsland

De gastenbroeder geeft me zijn hand. En het programmaboekje voor de komende dagen.
‘Voor nu is het belangrijkste, dat om vijf uur precies de Vesper begint en daarna meteen door naar de eetzaal …’

Een paar weken eerder was ik moe. Zó moe, dat ik ging googlen naar rust. Ik vond een abdij, waar geen coaching, counseling of groepsessies plaatsvonden. Je ging er naar toe om de stilte te zoeken en werd daarbij geholpen door de mooie natuur in een besloten omgeving. De bezoekers werden geacht gepaste afstand van elkaar te houden. Héérlijk! Geen slap geouwehoer over afkomst, achtergrond of werk, maar samen statusloos ronddobberen in niemandsland!

In mijn eenvoudige cel vormt mijn Jip-en-Janneke dekbed een bewust gekozen dissonant. Vanuit het kloosterraam kijk ik zó op het torentje van de bijbehorende kerk. Het glas in lood weerspiegelt op de witte muur en omarmt daarbij het kruis dat boven mijn bed hangt. Verheugd installeer ik mijn boeken voor de komende dagen op het bureautje, waarna ik ga zitten om het programma door te nemen. Dat was mij, ondanks herhaald verzoek, slechts summier meegedeeld.
Om half vijf nachtwake, zeven uur Lauden, acht uur Terts, twaalf uur Sext. Om drie uur Noon, vijf uur Vespers, half acht Completen. Tussendoor ontbijt, lunch en avondeten, samen afwassen. Dat alles in volstrekte stilte. 
Wááát??! Ik ben in geen dertig jaar naar de kerk geweest. En dan nog. Deze termen heb ik ooit wel eens van mijn vader gehoord als hij in een nostalgische bui over héél vroeger sprak.
Het klokje van gehoorzaamheid klingelt door de lange gangen. Deuren worden geopend, vallen in het slot. Ik trek mijn dikke tweede huid aan en volg …

Na vijf dagen sluit de statige adbijpoort me buiten en gaan broeders en bezoekers weer hun eigen gang. Ik heb de rust gevonden die ik zocht en veel meer dan dat. Geloof kent vele gezichten.
Wonderbaarlijk hoe zestien mensen zonder te praten een eenheid kunnen worden. Hoe uiteindelijk geen e-mailadressen worden uitgewisseld, sommige gasten zelfs stilletjes zijn vertrokken. 
De herinneringen die zij bij me achterlaten zijn onuitwisbaar, al ken ik zelfs hun namen én verhalen niet. Wel hun onvoorwaardelijke vriendelijkheid en respect.

 

mei 2015