Glimlach van Twente

Aan het eind van de heerlijke eerste avond, laat ik mijn zomerschoeisel in de tot kleedkamer gebombardeerde ruimte achter. Voldaan kruip ik de kamer ernaast in bed. Ton’s blik verraad de gebruikelijke onwennigheid, die ik onmiddellijk wegcijfer met een licht overdreven ‘Há, lekker!’ en een dikke zoen. Twee weken volmaakte rust, omringd door koeien, wie wil dat nu niet?

Gedurende de dagen die volgen staan mijn slippertjes eenzaam te zieletogen. De regen klettert regelmatig uit de immense wolken. Mijn: ‘zulke weidse luchten hebben we thuis niet, hè?’ wordt in het weekend genadeloos afgestraft met een egaal grijs vergezicht.
Tijdens de schaarse droge momenten stappen we op ons stalen ros. In de lommerrijke omgeving druppelt het bos gestaag na en geven de bankjes bij vergezichten nat af. Langzaam dringt het grijs ons boerderijtje binnen. Ton klampt zich vast aan Griet Op de Beeck, die in haar boek vele hemels boven de zevende belooft. Ik pak mijn mobiel maar weer eens. Op het platteland, waar de boer nog boer is en het leven rood-wit geblokt, vormt ons enige contact met de buitenwereld het schuifje ‘mobiel netwerk aan’. De term ‘vliegtuigmodus’ zit daar iets boven.

Het stille verlangen naar deze modus wordt diezelfde avond volledig teniet gedaan door een tochtje van nog geen een uur, net voor de schemer valt. We hebben het landschap voor onszelf, witte wieven zweven boven het weiland. Konijntjes en hazen snuffelen bevrijd rond, een reebok verschuilt zich in het hoge gras. Stil, heel stil fietsen we door oale groond.

De tweede week wordt het weer steeds vriendelijker, met als hoogtepunt volle zon op de dag van vertrek. Als we de laatste avond, na ons afscheidsetentje, een beetje weemoedig via de deel naar binnen lopen, hangt daar een briefje van de boerin: 
‘Blijf gerust nog een nachtje extra.’ 
We krijgen de dag van morgen als stralende bonus kado.

Dát is de glimlach van Twente.

 

Juni 2015

www.opaust.nl / schilderij José