Van oude menschen ...

De mouwen van het ter plekke geleende colbertje komen tot halverwege zijn gebruinde handen. De grote briljant, die ik van kinds af aan niet heb kunnen plaatsen, blinkt ons tegemoet. Bij de eerste tonen die ‘The Manhattan Transfer’ inzet vraagt hij haar ten dans. Hij ziet er niet uit, die vader van mij. Een luxe die hij zich alleen tijdens de vakanties kan veroorloven. De rest van het jaar is hij het levend voorbeeld van de exclusieve herenkleding die hij verkoopt.
Mama is een lange, slanke vrouw. De haute couture accentueert haar statige figuur. Alle ogen zijn onmiddellijk op hen gericht. Op mijn prachtige moeder, met aan haar hand een kleine Piet Bambergen look-a-like. Teder kijkt ze op hem neer.
Het is het decadente hoogtepunt van onze meest overweldigende vakantie ooit.
In ‘Sporting Club’, toen nog de thuishaven van Prinses Gracia en Prins Rainier van Monaco, schuift ondertussen het dak boven ons hoofd weg. Als 15-jarig meisje kijk ik met grote verwondering naar de sterren aan de hemel. Alsof ze daar voor het eerst staan.
Of ik nog heb gedanst die avond? Mijn oudste broer danste met zijn vriendin. Misschien met mijn andere broer? En wie paste er eigenlijk op mijn zusje? Vervlogen herinneringen. Wat rest zijn beelden van overdreven luxe, die mij diep raakten in al hun oneerlijkheid.
De idiote zeiljachten met terrassen richting kade. Hoe groter de boeketten, hoe bruingerimpelder de mensen. Hoe vloeiender de champagne, hoe nepper de glimlach. De te mooie matrozen op lange loopbruggen. Touwleuningen met gouden schakelpunten. De speedboten en helikopters als parasieten vastgeplakt op de schepen.
De korte blik die we wierpen in ‘Hotel de Paris’ en het Casino. Overvloed en beklemmende hebzucht hingen voelbaar over het plein, waar Rolls Royces met kille inhoud af en aan reden.
Indrukken van de tennis court, die we bezochten. Om, zoals gebruikelijk tijdens onze vakanties, met het hele gezin een balletje te slaan. De entree kostte een godsvermogen, maar daarvoor kon je kiezen op welke plateauhoogte je wilde spelen. Ongeacht je keuze had je een fabelachtig uitzicht over de zee, zo werd ons verzekerd. Sprankelend wit, gewapend met rackets en ballen maakten we met zes man sterk rechtsomkeert. De eerder opgegeven prijzen bleken voor een uurtje, in plaats van de door ons verwachte twee weken ongebreideld genot.
Het naastgelegen zwembad hebben we wel een keertje kunnen bezoeken. Van spetterend plezier was hier geen sprake. Het kostbare water werd enkel benut ter afkoeling. Günter Sachs draaide er furore in een modieus en flatterend zwembroekje.

Thuisgekomen ging onze weelde in bescheidener vorm door. Geen Monaco-taferelen, geen nepperij. Pure, eerlijke, no-nonsens rijkdom. Veel kon, lang niet alles mocht.Totdat de crisis uiteindelijk ook de textiel trof. Tot grote opluchting van mijn moeder werd de briljant ingeruild voor een bescheiden zegelring. De zaak ging van de hand, het huis werd vervangen. Bijna moeiteloos, vlekkeloos vonden heel wat aanpassingen plaats. Wie zich niets verbeeld heeft weinig te verliezen.

Tot op de dag van vandaag zijn ze opvallend gedistingeerd gekleed. Bezitten een jaloersmakende levenslust. Gemiddeld zijn ze 80 jaar. Alhoewel er best sprake is van enig leeftijdsverschil, kan ik ze makkelijk middelen. Ze zijn een beetje één geworden, zoals dat vaker gebeurt na zoveel jaar huwelijk. Op hun bescheiden flat ontvangen ze kinderen, kleinkinderen, vrienden, buren.
Het reizen heeft plaatsgemaakt voor kijken. Genieten van tv-programma’s met beelden uit Europa. Veel gesprekken glijden ongemerkt af naar vroegere jaren. Onze jeugd, hun leven. Soms, heel soms, gaat de la open. De la die gevuld is met herinneringen, gevat in foto’s. Samen zijn we dan even weg van de plek waar we ons eigenlijk bevinden.
En nu pas, nu ik zelf ruim 50 ben, snap ik eindelijk de titel van het boek van Louis Couperus. De titel die ik vroeger zo raar en onbegrijpelijk vond:
‘Van oude menschen, de dingen, die voorbij gaan.’
Die ene zin alleen is nu al voldoende om me te ontroeren. Omdat tijden veranderen. Blijvend veranderen. Keer op keer op keer.
Maar ze zijn er nog, we schuiven nog niet door.
Nog niet.

 

2 juni 2013