Eind 2020 verscheen mijn korte verhaal 'Perspectief' in de Hebban adventskalender: https://www.hebban.nl/boek/betere-tijden

Perspectief

19 maart

Het geschenk dat ze kreeg tijdens de boekenweek staart haar liefdevol aan. De beeldschone jonge vrouw op de cover verleidt, het verhaal roept. Toch ligt het boekje met de titel “Leon en Juliette” al bijna een week onaangeroerd op het tafeltje naast de bank. De vertrouwde rugzak leunt slap tegen de tengere tafelpoten. In de woonkamer hangt een muffe geur van te lang gesloten ramen en slaap. Koffiemelange doet een verwoede poging zich hierin te mengen. Het lijkt of haar alter ego het kopje leeg drinkt. Suzan zelf is ver weg van hier, in het luchtledige. Hoe anders was dit twee weken geleden.

5 maart

Halsbandparkieten vliegen luid kwetterend van boom naar boom. Vanachter haar raam, drie hoog, heeft ze prima zicht op de beestjes. De prachtige felgroene veren samen met het knalrode snaveltje verbazen haar keer op keer. Je zou zo’n beestje in de tropen verwachten, niet hier in de binnenstad van het dichtbevolkte Den Haag. Haar laptop staat open. De hele dag al. Haar blik verplaatst zich verwachtingsvol van het raam naar het scherm, waar het zoveelste berichtje opplopt:
‘Zullen we anders even bellen?’
Suzan schrikt. Facebookberichtjes zijn afstandelijker. Voelen veilig. Geven tijd om na te denken. Bellen vraagt om directe antwoorden. Die heeft ze niet. Al heel lang niet meer. Sinds haar pensioen, drie jaar geleden, beperkt haar leven zich tot haar appartement, dat tot de nok toe gevuld is met boeken. Ze houdt van de anonieme wandelingen door de stad of musea. Haar stem gebruikt ze voornamelijk bij de groenteboer of bakker. Nou ja, bij de boekhandel is ze ook geen onbekende. Daar struint ze vaak uitgebreid rond langs kaften, titels, auteurs. Langs luchtige romans, zwaardere literatuur of poëzie, geduldig op zoek naar het verhaal dat haar het meest intrigeert. Ze geniet van de belofte van langdurig leesgenot of juist van korte amuses, zorgvuldig gekozen woorden. Als ze daarna weer met beide benen in de wereld staat, haar buit onder de arm, kan ze intens genieten van een teug frisse buitenlucht.
Facebook gebruikt ze voornamelijk om de berichtjes van musea, boekbeschrijvingen of plaatjes van het oude Den Haag te volgen. Totdat een maandje geleden opeens een vroegere collega van het museum actief werd op het berichtenbalkje van Facebook. Eerst met algemene opmerkingen: of ze op de hoogte was van bepaalde tentoonstellingen. Maar de vragen werden steeds persoonlijker. Ondanks de tijd die er tussen haar laatste werkdag als archivaris bij het museum zat en nu, herinnerde ze zich de aardige suppoost Johan nog goed. Hoe kon iemand ongemerkt langs deze statige man heen lopen? Toch deden velen dat. Dag in, dag uit. Jaar in, jaar uit. Bijna net zoals zij.
Bellen … Waarom ook niet.
‘Dat is prima,’ typt ze. Nu kan ze niet meer terug. Een vage glimlach breekt door.
‘Wat is je nummer?’ Gehaast tikt ze de cijfers in en klikt meteen op verzenden. Of ze zestien is in plaats van dik in de zestig.
Als ze veel later het telefoongesprek beëindigt, lijkt de wereld lichter. Zondag 15 maart gaan ze samen naar het Rijks in Amsterdam, waar een bijzondere expositie is samengesteld: “Vrouwenportretten door de eeuwen heen”. Een van de portretten is haar favoriete Vermeer, dat voor deze gelegenheid is uitgeleend door het Mauritshuis in Den Haag. Spannend om daar vanuit een heel ander perspectief naar te kijken.

12 maart

Suzan hoort ze praten. De Minister President en consorten over de pandemie die de wereld in beslag neemt. Wat aan het eind van de uitzending vooral blijft hangen is de streep door haar eerste gezamenlijke uitje sinds drie jaar: “Geen OV-reizen als het niet nodig is voor ouderen”.
Het is fijn dat ze Johan kan bellen. Dat ze hun teleurstelling kunnen delen. Ze spreken elkaar moed in en maken een nieuwe afspraak. Zo broos het contact, en toch al zo vertrouwd. Zoveel behoefte allebei aan samen. Aan het eind van het gesprek valt haar oog opnieuw op het boekenweekgeschenk.
‘Lees mij, ik troost je,’ lijkt het te zeggen. Maar ze wil het verhaal bewaren. Koesteren tot een volgende reis.

15 maart

Lees mij, ik troost je. Het boekje had vandaag garant moeten staan voor haar gratis treinreis naar Amsterdam. Ook op veel kleinere schaal werkt het virus verstorend. Sinds het laatste verontrustende appje van Johan heeft ze niets meer van hem gehoord.
‘Ik voel me hondsberoerd. Ben positief getest. Ik laat je zo snel mogelijk meer weten.’
Kent ze iemand uit zijn netwerk? Aan wie kan ze vragen hoe het met hem gaat? Zou ze haar oude werkgever bellen? Maar Johan was vlak na haar gestopt, het was onwaarschijnlijk dat zij meer konden vertellen. Er waren te weinig linkjes naar het heden. De eerste hernieuwde kennismaking met elkaar, de eerste echte ontmoeting moest nog plaatsvinden. Op haar vragen kan niemand antwoord geven. De cirkeltjes in haar hoofd worden door niets onderbroken. Ochtendschemer wordt vervangen door die van de avond, door die van de volgende ochtend. Het licht verdwijnt steeds meer naar de achtergrond.

19 maart

Op haar sloffen struint ze de kamer door, onderweg naar een volgende kop koffie. Ze schrikt van het aanrecht, dat vol staat met vuile vaat. Haar blik glijdt over korstjes brood, een beschuitbus, een lege doos cup-a-soup. Mosterd, haar favoriet. In de hal kijkt ze naar haar eigen gezicht. Had ze altijd al zoveel rimpels, of benadrukten haar vale huid en het slonzige haar het verglijden van de jaren? Waar was ze mee bezig? Nog nooit had ze slecht voor zichzelf gezorgd. Waarom was ze dan nu zó van slag? Omdat het contact met Johan fijn voelde, na al die jaren alleen. Als vanzelfsprekend bijna. Johan, die ze tijdens haar werk eigenlijk al zo aangenaam vond. De rust die hij uitstraalde nam vaak bezit van haar, ging als vanzelf op haar over. Maar toen leefde zijn vrouw nog en was er geen enkele aanleiding om te denken aan meer. Bij zijn eerste toenadering kort geleden viel voor Suzan alles samen. Verleden, heden en toekomst.
Ze slikt. Ziet haar ogen vochtig worden in de spiegel. Dan draait ze weg van haar beroerde evenbeeld en loopt door naar de douche, waar ze in ieder geval haar basiswaarden terugvindt. Iets later heeft ze zich netjes aangekleed, gooit de ramen open voor frisse lucht en begint te poetsen. Ze boent haar huis en daarmee haar geest schoon. Voordat ze weer gaat zitten voorziet ze haar mobiel van nieuwe energie. Ze pakt “Leon en Juliette” op en begint te lezen. Haar woonkamer vervaagt en wordt vervangen door het Charleston van 1820. Het ruwe beeld van slavernij, doorvlochten met een alles overstijgende liefdesgeschiedenis. Deze liefde die in diep ellendige omstandigheden stand houdt, biedt de beloofde troost. In één adem leest ze het hele verhaal uit, dat zich precies tweehonderd jaar geleden afspeelde.
Wanneer de contouren van het boek uiteindelijk vervangen worden door de werkelijkheid, valt haar blik op haar mobiel en het korte berichtje van Johan:
‘Het gaat iets beter. Het Meisje met de Parel komt weer dichterbij.’
Ze kijkt naar de kaft van het boekje, voordat het in haar rugzak verdwijnt. Naar Juliette. Niet zomaar een vrouwenportret, maar de getinte evenknie van haar geliefde Vermeer.
Wat zou Johan daarvan vinden?