Zaterdagmiddagsonate

Aan mijn rechterhand, vanuit mijn ooghoek zie ik een oprijlaan naar een statige poort. Aan het begin van de oprijlaan staat een laag driehoeksbord, dat in wit krijt de openingstijden vermeldt, vergezeld van een uitnodigende pijl richting bloemenkiosk. Uitgestalde bloemen en plantenbakjes leunen tegen het zware hekwerk.
Het totaalplaatje doet zijn werk. Automatisch gaat het stuur van mijn fiets naar rechts, richting de witte villa die zich achter de poort bevindt. Wellicht een theehuis? Een patriciërswoning? Deze zaterdagmiddag kent niets dan vrijheid. Uren die ik naar believen mag invullen.

Een jonge moeder, oma en kind kopen een bloemetje en lopen verder. Ik volg ze, naar wat blijkt de gemeentelijke begraafplaats te zijn. Als hun voetstappen wegsterven, hoor ik alleen nog de continue stroom auto’s. Toch straalt deze plek, midden in de stad, niets dan rust uit, waardoor geluiden als vanzelf vervagen. Onder de golfplaten overkapping staan behalve een paar fietsen, twee verroeste rolstoelen slordig te wachten in een hoekje.

Aan het begin van mijn wandeling, zie ik op een oude onbeschreven grafsteen, een badkamertegeltje liggen met een hartverscheurende tekst. Is het een bestaande spreuk? Heeft de afzender een ongekend schrijverstalent? Mensen zijn hier op hun kwetsbaarst. Op een kerkhof staat de zuiverste vorm van liefde in grafstenen gebeiteld. Door de eeuwen heen. Hier lees ik wie de oorspronkelijke bewoners van mijn stad waren. Waar ze voor stonden. De geschiedenis van een plaats in namen op stenen. Ik stuit op schippersvrouwen, hun mannen, kinderen. Op grote namen, waarvan ik nu niet eens meer zeker weet of zij geëerd mogen worden, omdat de geschiedenis van ons land op dit moment wordt herschreven. Als je alles afbreekt, letterlijk en figuurlijk, welke lessen leer je het heden en de toekomst dan? Iets verderop sta ik stil bij een monument voor gevallenen in de oorlog. Dan kom ik, in een verlaten hoek een steen ter herdenking van Anton Mauve tegen. Ligt hier werkelijk de grote schilder begraven? Als ik, geholpen door de moderne techniek een kijkje neem zie ik op Wikipedia meteen het prachtige ‘Souvenir de Mauve’, geschilderd door Van Gogh ter nagedachtenis aan Mauve, zijn leermeester en inspirator. Slechts een paar weken geleden heb ik het origineel bewonderd in het Kröller Müller Museum. Dit is inderdaad zijn laatste rustplaats. Alsof ik op heilige grond sta, zo voelt het.

Wanneer ik verder loop, blijft het gevoel hangen van gluren. Van hier niet mogen zijn. Zeker als ik een aantal bezoekers zie lopen met bloemen. Kijk naar aangeharkte miniplantsoentjes, sporen van vers gegoten water. Veel oudere mannen. Zijn zij trouwer, afhankelijker? Of is het toeval? Ook een echtpaar op een bankje. Zij spreekt, in een licht romantisch, vervreemdend soort optimisme over hun toekomstige gezamenlijke verblijfplaats. Hij staart ongemakkelijk weg, maar de schuine stand van zijn hoofd verraadt dat hij luistert.

Vroeger snapte ik niets van de drang van mijn inmiddels overleden schoonmoeder om verdrietige begraafplaatsen te bezoeken. Tegenwoordig heb ik deze gewoonte overgenomen. Nergens leer je zoveel over een stad en haar geschiedenis als juist daar.
Ik stap weer op m’n fiets, die door de extra bagage ietsjes zwaarder aanvoelt dan voor dit bezoek. Thuis zal ik bijkomen én verder spitten in het verleden dat zich zojuist heeft aangediend.