Zomerpakjes

Marloes en Lotte mogen vanavond hun nieuwe pyama-pakjes aan. Soms kan ik het niet laten om voor mijn meiden dezelfde setjes te kopen, iets wat me in de loop der jaren hartstochtelijk zal worden  verboden. Dit keer zwichtte ik voor gebloemde broekjes met rose t-shirtjes. Ze zijn nu nog zo jong, dat ze elkaar gezusterlijk meezuigen in ijdele blijheid. Bijna jammer dat ze er in gaan slapen.

Ton en ik zitten net aan de koffie als we buiten een kabaal horen dat we eerst totaal niet kunnen plaatsen.
‘De school zal wel een jubileum vieren,’ zeg ik. Een grote slinger kinderen loopt al zingend langs ons huis, onder het raam van Marloes door.
Het gevreesde ‘mama ik kan niet slapen’ blijft dan ook niet lang uit. Ik grijp mijn kans. Het is prachtig weer, dus de zomersetjes kunnen gerust het daglicht zien.
‘Kom maar, mogen jullie even kijken!’
Van de buurvrouw hoor ik, dat dit voor mij onbekende fenomeen de Jeugdavondvierdaagse heet.
Die dag vond ik het nog leuk, de jaren daarna betekende het vooral stress en vermoeidheid. En masse op tijd naar huis, in korte tijd al bijpratend en sussend koken en dan snel en vooral voorzichtig fietsen naar het startpunt. Daar had je de keus tussen meelopen en koppies tellen, of omfietsen en vrolijk zwaaien, terwijl je hoofd duizelde van al die gezichtjes. Hoe verder de week vorderde, hoe zwaarder de moeders en juffen het hadden. Maar we hielden vol, schouder aan schouder onderweg naar Utopia.

Gelukkig ligt dat inmiddels ver achter me bedenk ik, terwijl het halve kantoor leegloopt.
‘Wat is hier aan de hand?’ vraagt een collega als ze al die lege bureaus ziet.
‘Westers carnaval,’ antwoord ik, terwijl ik mijn spullen wegberg en me als een speer uit de voeten maak.

Duizelig staan Ton en ik voor de deur, onder het raam van haar kamertje.
‘Ja! Daar is ze!’
Juf Marloes brengt ons een dikke kus, maakt een geintje met haar kinderen en wég is ze weer.
Ik kijk naar boven, haar jeugd gaat in een split-second aan me voorbij.
Ik voel me zorgeloos en blij. Als een kind in een nieuw setje.