Leid mij niet in bekoring

‘Als ze binnenkomen, helemaal glunderend: “Ik moet u iets vertellen”, dan weet ik al genoeg!’ Een ongemeend verwrongen lachje kan amper de weg naar buiten vinden.
‘Nog voordat ze hun mond open doen roep ik meestal ongeïnteresseerd:
“Oooo, zwanger zeker.” Je zou die gezichten eens moeten zien!’
Ik ben dan nog maar twintig, maar kan me levendig voorstellen hoe de jonge verpleegkundigen uit haar riante kamer afdruipen.
Haar misplaatste gevoel voor glorie komt ze met ons op het secretariaat delen. Zoals wel vaker, leggen wij braaf en onmiddellijk ons werk neer voor het verplichte luister-praatje.
Ik was ervan overtuigd dat dit genoegen voortkwam uit een onvervuld verlangen. Door de manier waarop ze ons ongevraagd iedere keer deelgenoot maakte van het feit dat ze weer een hondenwasje had gedraaid.
Zuster was verpleegkundig directrice. Geen katholieke zuster dus.
‘Die hebben het achter de ellebogen.’
Daarmee was voor haar de kous af en mijn positie duidelijk.
‘Ja zuster. Nee zuster. Dag zuster.’

In het ziekenhuis vond begin jaren 80 een expositie plaats, waarbij in de ontvangsthal een meer dan levensgrote blote neger hing. Zó groot dat ik snel wegkeek als mijn preutse blik per ongeluk zijn blik kruiste. Of zijn kruis. De kranten spraken er schande van in ons nette stadje.
‘Met Dolf Brouwers, parlementair medewerker. Is zuster ook aanwezig?’
Ik pijnigde mijn hersens. Waarom kwam die naam mij zo bekend voor? Net zoals die stem trouwens. Opeens schoot het mij te binnen. Sjef van Oekel! Zou ik live in de uitzending zitten? Och, dit kon maar over één ding gaan. Een uitgelezen onderwerp voor de idiote telefoongesprekken die deze man op de radio met volstrekt onschuldigen hield. De slachtoffers in totale verwarring achterlatend. Waren ze nu wel of niet in de maling genomen?
O, zalig noodlot, leid mij niet in bekoring.
‘Ik verbind u even door, momentje.’
‘Zuster, ik heb Dolf Brouwers voor u aan de telefoon.‘
Tot mijn spijt, mijn grote, grote spijt won mijn plichtsbesef het van de humor. Mijn netheid het van de duivel.
Bij het naar huis gaan die dag, heb ik de neger maar eens goed en uitgebreid aanschouwd.
Een waar kunstwerk, dat was het!

 

maart 2013