Vijftig tinten grijs

‘Weet je nog?’ zegt Ton, als ik me suf hengel naar de laatste restjes appelmoes.
‘Vroeger hadden we flessenlikkers! Van die gele plastic staven met zo’n flexibel wit stukje aan het eind’.
‘Och ja!’ mijmer ik mee. We verdwijnen samen in de vanillevla- en yoghurtflessen. In de limonadesiroop en vlaflips.
‘Helemaal aan het begin aten wij nog drie gangen. Standaard, iedere dag,’ frist Ton zijn geheugen op.
‘Mij staat vooral het nagerecht bij. Maar ja, mijn vader was gek op soep, dus dat zullen we ook wel vaak gehad hebben. Dan moest ik hem vóór het eten ophalen van zijn kantoortje.’
‘Wat deed die man in hemelsnaam de hele dag op zijn kantoortje?’ vraagt Ton oprecht verbaasd.

Ik zie het weer helemaal voor me. Als ik het terrasje van ons bovenhuis overstak, kwam ik bij mijn vaders vesting. Twee deuren direct achter elkaar. De eerste ging naar buiten open en dan klopte ik meteen op de tweede deur. Waarachter zich het bureau en de luxe doch zakelijke zithoek van mijn vader bevond. Daar zat hij dan in zijn domein. Met groene inkt grote halen te schrijven.
Op de lage tafel stond steevast een grote doos met de meest luxe sigaren. Links bevond zich ‘het luikje’.
‘Hij keek door het luikje,’ antwoord ik.
Ton kijkt me verwonderd aan.
‘Dat was een raampje van schilderijgrootte. Als je dat opende, keek je uit op onze herenkledingzaak. Dan konden mijn opa en later mijn vader zien of alles goed liep.
‘Wat feodaal zeg!’
Er schiet me opeens van alles te binnen.
‘Mijn schoonzus in spé mocht alleen beneden helpen. Want de pakken, dat waren mannenzaken. Zodra er een klant naar boven liep moest ze onmiddellijk een van de heren roepen.’
Ze mocht wel pijpen, herinner ik me. Dat vroeg mijn vader ook regelmatig aan het eind van een drukke zaterdag:
‘Marjolein, wil je even pijpen?’
Marjolein ging dan braaf naar boven en hing alle slordig uithangende mouwen, keurig netjes naar binnen in de rij kostuums.
Als je daar dan langs keek, zag je een prachtig rijtje met wel vijftig tinten grijs.

 

voorjaar 2013