Familie

Ton staart volledig in gedachten naar zijn mobiel: ‘Wat zullen we doen?’
Zijn eerste blijdschap heeft plaatsgemaakt voor een verre nadenkende blik. Geheel tegen mijn natuur in houd ik mijn mond. Het kost me bijna het puntje van mijn tong.
Het lijkt zo normaal, dit appje: ‘Dank je wel! Komen jullie er een borrel op drinken?’

Al jaren hadden ze elkaar amper gesproken. O, ja, wel gezien. Op onvermijdelijke familiebijeenkomsten bleef het bij nietszeggend gebabbel. Langzaamaan was de diepgang uit hun gesprekken verdwenen, de band verwaterd. Het elkaar kennen en woordeloos begrijpen verworden tot ongeïnteresseerdheid.
De verjaardagsvisites ingeruild voor telefoontjes, e-mails en appjes. Totdat uiteindelijk de grote stilte haar intrede deed. Allemaal druk met eigen levens, waarin kinderen grootbrengen de eerste prioriteit had, gevolgd door vrienden, clubs, verenigingen en werk.
In een opwelling had Ton zijn broer toch nog gefeliciteerd. Even een makkelijk appje, met dit antwoord als resultaat.

‘Joh,’ houd ik me uiteindelijk netjes aan onze rolverdeling, ‘zullen we gewoon eens gaan? Hartstikke leuk en spontaan, die uitnodiging. Eigenlijk helemaal niets voor Cees!’
We vrolijken allebei op bij het idee en Ton toetst meteen zijn nummer in. Het gesprek verloopt wat stroever dan verwacht. Des te beter dat we de draad weer oppakken, concluderen wij.

Die zondag erop appt Ton voor de zekerheid nog even het tijdstip van aankomst. Het antwoord komt meteen: 
‘Het was een grapje. Ik ben Cees niet.’
‘Dat verklaart een hoop,’ lach ik. ‘Je hebt het verkeerde nummer gefeliciteerd!’
Zijn vingers zijn ook niet gebouwd voor die verfijnde apparatuur.
Honderdvijftig kilometer later hebben we heel wat uit te leggen. De borrel staat evenzo goed klaar. We kletsen honderduit én spreken uiteindelijk af, de familiebanden aan te halen met een weekendje weg.

Met dank aan … Ja, aan wie eigenlijk? 
‘Truus!’ zegt Ton heel beslist als we weer onderweg zijn naar huis.
Ik kijk opzij en zie dezelfde stille glimlach die zo kenmerkend was voor zijn moeder. 
‘Die heeft vanaf een wolkje ingegrepen.’

 


November 2015