Poeslief

'Fijn voor Marloes hè, zo thuiskomen,’ glunder ik. ‘Wat is het toch een leuke knul! Marloes kan met gerust hart een weekje weg, hij houdt het huis keurig bij. En die dieren zijn ook stapel op hem, zag je dat?’
Als we bijna beneden zijn, bedenk ik dat ik toch nog even snel wil plassen. Ik draai me om en neem de trap in omgekeerde richting.

Eerder die middag waren we alvast naar Tjakko gegaan. Hoefde Marloes haar vakantieverhalen maar één keer te doen. De poezen draaiden om hem heen, na smekend gemauw belandden ze op zijn schoot. De hond gaf een lik aan zijn handen.
‘Willen jullie wat drinken? ‘k Heb alleen maar thee in huis, sorry.’
‘Lekker!’ riepen we dus, terwijl we achter de grote keukentafel schoven. Ik keek opzij en verdacht  Ton er van, dat ie A zei en B dacht. Een biertje zou er bij hem heel wat beter ingaan op dit moment.
‘Wat ruikt het hier heerlijk fris zeg,’ complimenteerde ik, terwijl Tjakko druk doende was met een doekje in zijn linker en de fluitketel in zijn rechterhand.
Hij lachte en liet ons weten, dat hij echt wel in staat was het huishouden te runnen, ook zonder onze dochter. ‘Misschien zelfs wel beter,’ bedacht hij zich terwijl hij, nog steeds met het gele doekje in zijn handen om zich heen keek.
‘Alleen de koekjes zijn op,’ mompelde hij verontschuldigend.
Niet veel later kwam het onderwerp van ons gesprek de trap op gestormd. Backpack nog op haar rug, heerlijk bruin koppie en boordevol enthousiasme. Léuk dat ze het gehad had. Alleen wel een beetje smerig. ‘En die paarden kregen echt alleen het hoognodige hoor. Veel te mager, hartstikke zielig!’
We wisselden een paar kussen en beloofden elkaar snel weer te zien.

‘Je hebt zeker je oude trucje weer uitgehaald?’ hoor ik Marloes zeggen, als ik weer boven ben.  ‘Alleen een doekje met schoonmaakmiddel over de deurpost. Zwaaien ze de deur open en o, o, o, wat ruikt het hier lekker. Maar daar trap ik niet in hoor!’
Hij antwoordt sussend: ‘Maak je niet zo druk, schatje!’
‘En de poezen?’ vraagt ze. ‘Wanneer hebben die voor het laatst te eten gehad?
‘De poezen?’ Even blijft het angstvallig stil.
‘De poezen hadden geen honger,’ klinkt het dan beslist.


juni 2014