storm

Het stormt. Alweer. Ik lig in het bed, dat niet het mijne is. Mijn knieën doen zeer van al het wandelen. Zachtjes verschuif ik mijn benen, maar ik blijf op mijn vertrouwde linkerzij liggen. Het dak van het huisje kraakt en piept. Zou het houden, vraag ik mij af. Natuurlijk houdt het, geef ik antwoord. Dit onderkomen staat hier al zóveel jaar in veelvoud, dus dat dak gaat er vannacht heus niet af.
Ik voel hoofdpijn opkomen, iets wat ik vaker heb, als de wind zijn best doet.
Woesssj daar waait zomaar een vlaag heimwee over. Hij toont mij mijn eigen bed, onze heerlijke slaapkamer. O, jé. Ik blaas terug. Onzin. We hebben het heerlijk hier! Ik kruip nog dieper in mijn holletje. Woesssj, de volgende vlaag overspoelt mij met een unheimisch gevoel. Ik kijk over mijn schouder en constateer dat Hij diep in slaap is. Zal ik hem even wakker maken? Of zachtjes tegen hem aankruipen? Nee, niet doen, kom op zeg.
Hoe zou het met de kinderen zijn? Er voltrekken zich allerlei rampscenario’s in mijn hoofd, ondersteund door filmisch beeld en geluid. De storm neemt immense  proporties aan. Woesssj, woesssj. Ik draai me nog eens om. Woesssj, woesssj.
Dan, ergens tussen wind en dromenland komt Lotte binnenlopen. Ze is nog maar drie en heeft haar kaboutertjespyama aan. Konijn stevig tegen zich aan gedrukt, duim in de mond. ‘Kan niet slapen,’ slispelt ze door duim en tong heen. Ik steek mijn arm naar voren en open mijn dekbed. Het kleine blonde kopje met pluishaar ligt onder mijn kin, haar tengere lijfje vormt zich warm tegen mijn buik. Als mama zo over je waakt, dan is het veilig.
Samen slapen we in. Dwars door de storm heen, totdat ie is overgewaaid.

 

 

januari 2015