Zensatie

Ik zuig de energie op tijdens mijn dagelijkse wandeling richting werk. De ochtenddrukte van schoolgaande kinderen weet ik, dankzij mijn bioritme te omzeilen. Het weer haalt de slaaprimpels uit mijn gezicht, ik kan me straks met goed fatsoen in mijn flexibele bureaustoel laten zakken. Honden laten hun baasjes uit, hele dagen worden op straat verhandeld. Als ik mijn ogen even dicht doe, brengt het gekrijs van meeuwen me weer naar de golven. Hun eeuwigdurende ritme brengt alles tot de juiste proporties.

De vroegere basisschool van mijn kinderen maakt prettig onderdeel uit van de tocht. De ramen vertellen het zoveel-jarig bestaan, dat binnenkort vast uitbundig gevierd gaat worden. Aan de buitenkant is alles koek en ei. Tot aan het hek van het plein. Driftig gebarend worden schoolzaken besproken:
‘Je zou van zo’n juf toch verwachten dat ze dat begrijpt. Mitch was compléét van de kaart, ik heb alles uit de kast moeten trekken om hem vanochtend hier naar toe te krijgen.’
‘Och, ik ben blij dat je het zegt,’ is het antwoord, ‘misschien moeten we het samen toch maar eens aankaarten.’
Klik-klak klik-klak doen mijn schoenen. Ik krijg een snelle blik, voldoende om te constateren dat het gesprek niet onderbroken hoeft te worden. Klik-klak klik-klak glimlach ik, terwijl ik de woorden achter me laat.

Vroeger stond ik op dezelfde plek hele verhalen aan te horen. Meestal van boze moeders, want Jens  was ‘Sjaakie van de hoek’. Stof voor menig ‘zo voed je je kind toch niet op’-gesprek.
Maar vandaag is de stoep gevuld met zzp-ers. Of het is gewoon zijn dag.
Dwaze vaders van het plein. Ze horen de meeuwen niet, noch het terugkerende patroon van de golven.

 

februari 2014